ECLI:NL:RBDHA:2022:232
Rechtbank Den Haag · 11-01-2022 · zaaknummer 09/251061-21
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het overdragen van twee handgranaten via de post (art. 31 lid 1 jo. art. 55 lid 1 WWM) en het voorhanden hebben van een vuurwapen (art. 26 lid 1 jo. 54 WWM). De handgranaten kunnen, hoewel incompleet, aangemerkt worden als onderdelen van wezenlijke aard i.d.z.v. art. 3 lid 1 WWM. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met bijzondere voorwaarden. De rechtbank houdt in haar straf rekening met het feit dat t.a.v. de handgranaten geen ontploffingsgevaar aanwezig was.
Advocaten
Officier van justitie
- E.J. van Drongelen
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
