ECLI:NL:RBDHA:2022:225
Rechtbank Den Haag · 18-01-2022 · zaaknummer NL22.73
Inhoudsindicatie
Vervolgberoep tegen (inmiddels opgeheven) maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vw 2000. Verweerder heeft de bewaring op 22 december 2021 opgeheven omdat eisers overdracht naar Zwitserland in het kader van de Dublinverordening niet binnen de termijn van zes weken gerealiseerd kon worden. Volgens eiser was de termijn van zes weken echter al verstreken op 2 december 2021 omdat aan eiser op 20 oktober 2021 de maatregel van bewaring is opgelegd. De rechtbank stelt vast dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest Amayry heeft bepaald dat de Dublinverordening niet in alle gevallen voorziet in een maximumduur van de bewaring. In de zaak van eiser is sprake van een situatie waarin de Dublinverordening niet in een maximumduur van de bewaring voorziet. De rechtbank stelt verder vast dat ook de nationale wetgeving in de situatie van eiser niet in een maximumduur van de bewaring voorziet. Om te bepalen wat dan de maximumduur zou moeten zijn, zoekt de rechtbank aansluiting bij artikel 59b van de Vw 2000, de memorie van toelichting bij artikel 59a van de Vw 2000 en bij de in artikel 28 van de Dublinverordening genoemde zes weken termijn. De rechtbank overweegt dat een maximumduur van de bewaring van zes weken als redelijkerwijs noodzakelijk kan worden beschouwd in de situatie dat een vreemdeling in bewaring wordt gesteld met een lopende asielaanvraag en er aanknopingspunten zijn dat de Dublinverordening van toepassing is, namelijk vier weken voor de behandeling van de asielaanvraag en enkele dagen voor de feitelijke overdracht. Deze termijn kan langer zijn wanneer de overdracht gefrustreerd wordt. In het geval van eiser heeft de bewaring langer dan zes weken geduurd, terwijl hier redelijkerwijs geen aanleiding voor is aan te wijzen. De rechtbank acht daarom de maatregel van bewaring vanaf 2 december 2021 onrechtmatig. Verweerder moet aan eiser schadevergoeding betalen voor de onrechtmatige vrijheidsontneming.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
