ECLI:NL:RBDHA:2022:2198
Rechtbank Den Haag · 02-03-2022 · zaaknummer 21 _ 907
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2019 in de beroepsfase vastgesteld op € 301.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de in beroep gestelde waarde aannemelijk heeft gemaakt en voldoende rekening heeft gehouden met de ondoelmatige indeling van het perceel. De abusievelijk verkeerde foto van de onderhavige woning in het taxatieverslag, de lagere prijzen van snippergroen ten opzichte van de door verweerder gehanteerde grondprijzen en de vergelijking van een drie- en een vijfkamerwoning doen aan het voorgaande niet af. Ook de verhouding van de WOZ-waarden van het onderhavige en het voorgaande jaar en het niet overleggen van de waardematrix in de bezwaarfase maken het oordeel van de rechtbank niet anders. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
