ECLI:NL:RBDHA:2022:1885
Rechtbank Den Haag · 04-03-2022 · zaaknummer AWB - 21 _ 1187
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om tot het oordeel te komen dat eiser geen verblijfsrecht in Italië heeft of dat zijn kind daar op voorhand geen verblijf kan verkrijgen. Verweerder stelt daarom terecht dat dit maakt dat van eiser en zijn kind niet wordt verwacht dat zij het grondgebied van de Europese Unie verlaten. Eiser komt enkel en alleen al om deze reden niet in aanmerking voor een afgeleid verblijfsrecht. Volledigheidshalve stelt verweerder in redelijkheid dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer dan marginale zorgtaken verricht voor zijn kind en dat het kind afhankelijk is van hem.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
