Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:182

Rechtbank Den Haag · 11-01-2022 · zaaknummer C/09/618679 / FA RK 21-6642

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 17-01-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het verzoek tot teruggeleiding wordt afgewezen. Voor het vertrek van de moeder met de kinderen naar Nederland heeft de moeder een bodemprocedure aanhangig gemaakt bij de bevoegde buitenlandse rechtbank. Door de buitenlandse rechter is een onherroepelijk geworden bodemvonnis gewezen: de hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder bepaald en er is een zorgregeling met de vader vastgesteld. De vader heeft geen hoger beroep ingediend tegen deze uitspraak, maar hij heeft een verzoek tot teruggeleiding ingediend bij deze rechtbank. Voor de teruggeleidingsrechter is echter niet langer een taak weggelegd, nu het doel van het Verdrag inmiddels is voltooid. Voor het treffen van een ordemaatregel is geen plaats meer. Hieraan doet niet af dat de buitenlandse rechter ook heeft geoordeeld dat de overbrenging van de kinderen naar Nederland ongeoorloofd was. Evenmin is van belang de clausulering die de buitenlandse rechter bij de bepaling van de woonplaats van de kinderen heeft aangebracht.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.