ECLI:NL:RBDHA:2022:14882
Rechtbank Den Haag · 03-11-2022 · zaaknummer NL22.19362
Inhoudsindicatie
Dublin, interstatelijk vertrouwensbeginsel, indirect refoulement, bijzondere individuele omstandigheden. Eiser heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gedaan. Die aanvraag is niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over de vraag of voor Duitsland mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser voert namelijk aan dat hij in Duitsland uitgeprocedeerd is en dat Duitsland hem gedwongen wil terugsturen naar Nigeria, waar hij vreest voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (indirect refoulement). De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij bij overdracht aan Duitsland een risico loopt op indirect refoulement. De rechtbank oordeelt verder dat de staatssecretaris in redelijkheid geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om eisers asielverzoek vanwege bijzondere individuele omstandigheden in Nederland in behandeling te nemen. De staatssecretaris stelt daarbij niet ten onrechte dat de omstandigheid dat eiser twee kinderen heeft die in Duitsland geboren zijn, niet relevant is in het kader van de Dublinprocedure. Bovendien stelt eiser dat zijn kinderen in Duitsland verblijven en niet in Nederland, zodat niet valt in te zien dat de overdracht van eiser aan Duitsland van onevenredige hardheid getuigt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
