ECLI:NL:RBDHA:2022:14142
Rechtbank Den Haag · 22-12-2022 · zaaknummer 22_574
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 525.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de waarde aannemelijk heeft gemaakt en voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen tussen de woning en de referentieobjecten. Hetgeen eiser heeft aangevoerd, maakt het voorgaande oordeel niet anders. De rechtbank stelt voorop dat zij alleen kan oordelen over het onderhavige belastingjaar en dat het verweerder vrij staat de waarde te onderbouwen met referentieobjecten die hij het meest geschikt acht. Ook heeft de grondwaarde – anders dan eiser bepleit – wel te doen met de WOZ-waarde. De door eiser bepleite andere systematiek voor het bepalen van de WOZ-waarde, kan niet in de beoordeling worden betrokken. De rechtbank is gebonden aan de systematiek die voortvloeit uit de Wet WOZ. De rechtbank is niet gebleken van schending van het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Rijswijk
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Rijswijk
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
