ECLI:NL:RBDHA:2022:13647
Rechtbank Den Haag · 16-12-2022 · zaaknummer NL22.18545
Inhoudsindicatie
Dublin-Zweden, risico op indirect refoulement voor Syrische vreemdelingen naar Damascus, ook van toepassing voor staatloze Palestijn. Niet in geschil is dat tussen Nederland en Zweden een verschil in beschermingsbeleid voor Syrische vreemdelingen bestaat. Los van de vraag of eiser een Syrische vreemdeling of staatloze Palestijn betreft, de invulling van de Zweedse autoriteiten bij de beoordeling of een subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend op de b-grond, is in beide gevallen evident en fundamenteel anders dan die van de Nederlandse autoriteiten. Dit vereist geen inhoudelijke beoordeling van het asielverzoek. Hierdoor bestaat er een risico op indirect refoulement voor eiser, als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, (ECLI:NL:RVS:2022:1862). Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
