ECLI:NL:RBDHA:2022:13310
Rechtbank Den Haag · 31-10-2022 · zaaknummer NL20.20283
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder in zijn geval ten aanzien van Bulgarije niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Daarnaast volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat hij in dit geval geen gebruik hoefde te maken van zijn bevoegdheid om ambtshalve, op grond van 3.6 van het Vb, te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft terecht gewezen op artikel 3.6a, tweede lid, van het Vb waaruit blijkt dat niet ambtshalve hoeft te worden getoetst als de asielaanvraag als niet-ontvankelijk wordt afgewezen. Dit volgt ook uit de door verweerder aangehaalde wetsgeschiedenis.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
