ECLI:NL:RBDHA:2022:1267
Rechtbank Den Haag · 18-02-2022 · zaaknummer NL22.1850 en NL22.2022
Inhoudsindicatie
Beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit Verweerder stelt zich op het standpunt dat het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat uit het terugkeerbesluit van 6 augustus 2015 duidelijk volgt naar welk land eiser dient terug te keren (Armenië). De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder niet. In het terugkeerbesluit van 6 augustus 2015 staat niet vermeld naar welk land eiser dient terug te keren. Er staat ook niet in dat eiser dient terug te keren naar zijn land van herkomst of naar een land buiten de Europese Unie waar zijn toegang is gewaarborgd. Daarom kan evenmin uit de tekst van het terugkeerbesluit worden afgeleid naar welk land eiser dient terug te keren. Het terugkeerbesluit van 6 augustus 2015 voldoet daarom niet aan de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021. Verweerder heeft daarom terecht een aanvullend terugkeerbesluit genomen. Het hiertegen ingediende beroep is ontvankelijk en ongegrond. Eiser beroept zich op een 3 EVRM-risico bij terugkeer naar Armenië en dat kan niet in deze procedure beoordeeld worden. Voor eiser bestaat de mogelijkheid om een (opvolgende) asielaanvraag in te dienen. Beroep tegen de maatregel van bewaring Schending recht op rechtsbijstand nu uit de processtukken niet kan worden afgeleid dat verweerder voor het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling daadwerkelijk contact heeft opgenomen met de voorkeursgemachtigde van eiser. Nu niet kan worden vastgesteld dat de voorkeursgemachtigde van eiser is benaderd, brengt dat met zich dat het recht op toevoeging van een raadsman bij vrijheidsontneming, bedoeld in artikel 100, eerste lid, van de Vw 2000, is geschonden en dat eiser in zijn belangen is geschaad. Dit gebrek leidt evenwel niet tot een onrechtmatige inbewaringstelling. Eiser is namelijk voor het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling bijgestaan door de piketadvocaat en de voorkeursgemachtigde heeft aan de huidige gemachtigde van eiser mede gedeeld dat zij niet in staat was eiser bij te staan tijdens het gehoor vanwege corona en dat zij er de voorkeur aan gaf dat de gemachtigde het zou afhandelen. Hieruit volgt dat ook als de voorkeursadvocaat wel door verweerder zou zijn benaderd, zij niet in staat zou zijn geweest om eiser bij te staan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
