ECLI:NL:RBDHA:2022:11636
Rechtbank Den Haag · 07-10-2022 · zaaknummer NL22.16579
Inhoudsindicatie
Statushouder Duitsland. Gelet op de voortdurende subsidiaire bescherming in Duitsland is het voor eiser volgens vaste jurisprudentie redelijk om naar dat land te gaan. Aan de voorwaarde van artikel 3.106a, tweede lid, van het Vb 2000 is dus voldaan. De vraag die resteert en in de beroepsgronden met name aan de orde wordt gesteld is of ook aan artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb 2000 is voldaan. Eiser stelt immers dat Duitsland jegens hem zijn internationale verplichtingen niet nakomt door van hem bij de verlenging van zijn verblijfstitel een Eritrees paspoort te eisen. De rechtbank is van oordeel dat ook aan 3.106a, eerste lid, van het Vb 2000 is voldaan. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
