ECLI:NL:RBDHA:2022:11340
Rechtbank Den Haag · 16-08-2022 · zaaknummer AWB 20/7814
Inhoudsindicatie
Chavez-Vilchez-aanvraag. Ondanks dat de moeder van de kinderen niet meewerkt aan omgang, en het feit dat sprake is van een omgangsregeling, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een zodanige afhankelijkheidsrelatie tussen (-) en zijn kinderen, dat de kinderen gedwongen zouden zijn het grondgebied van de Unie te verlaten. Verder heeft (-) de rechtbank verzocht hem een schadevergoeding op grond van artikel 6 van het EVRM toe te kennen wegens het overschrijden van de redelijke termijn, expliciet door de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is overschreden door de rechtbank, maar is van oordeel dat dit niet alleen te wijten is aan de rechtbank, maar voor een deel ook aan de gemachtigde van (-). Bij een forfaitair bedrag van € 500,- per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, bedraagt de aan (-) toe te kennen schadevergoeding in dit geval € 500,-.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
