ECLI:NL:RBDHA:2022:1124
Rechtbank Den Haag · 16-02-2022 · zaaknummer NL21.11715
Inhoudsindicatie
Asiel. Einduitspraak na tussenuitspraak. Staatloze Palestijn uit Gaza met enkele jaren verblijf in derde landen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd of artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag wel of niet op eiser van toepassing is. Verweerders standpunten zijn innerlijk tegenstrijdig en getuigen niet van een juiste toepassing van artikel 1(D). Verweerder gaat er van uit dat eiser bijstand heeft genoten van de UNRWA tijdens zijn verblijf in Gaza tot 2012. Dat eiser niet kort vóór het indienen van zijn asielverzoek daadwerkelijk bijstand van de UNRWA heeft ontvangen kan in dit geval, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2019 met nummer ECLI:NL:RVS:2019:557, geen reden zijn om eiser van het bereik van artikel 1(D) uit te sluiten. Dat geen sprake zou zijn van een gedwongen vertrek kan, gelet op het geloofwaardig geachte asielrelaas, niet worden gevolgd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
