ECLI:NL:RBDHA:2021:9799
Rechtbank Den Haag · 06-07-2021 · zaaknummer AWB 20.3043 en AWB 19/9893
Inhoudsindicatie
De aanvragen zijn buiten behandeling gesteld omdat de leges niet zijn betaald. Tussen partijen is in geschil of zij een geslaagd beroep kunnen doen op de vrijstellingsgronden van artikel 3.34a, onder j en k, van het Voorschrift Vreemdelingen (VV) 2000. Op grond van artikel 3.34a, onder j, van het VV 2000 komt in aanmerking voor vrijstelling van de legeseis de vreemdeling die een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 van het EVRM en aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen. Op grond van artikel 3.34a, onder k, van het VV 2000 geldt hetzelfde voor de vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor een verblijfsdoel verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden of met een ander verblijfsdoel dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb) 2000.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
