ECLI:NL:RBDHA:2021:9780
Rechtbank Den Haag · 06-09-2021 · zaaknummer 09/123762-21
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangever in zijn borst heeft gestoken met een mes. De door de verdachte geschetste gang van zaken leverde naar het oordeel van de rechtbank een wederrechtelijke aanranding en ogenblikkelijk dreigend gevaar voor de verdachte op waartegen de verdachte, die werd vastgehouden en zich dus niet meer aan de dreigende situatie kon onttrekken, zich mocht verdedigen. Hoewel de steekbewegingen van de verdachte met een mes de aangever hebben verwond, kan niet gezegd worden dat zijn verdediging – tegenover het slaan met een fles en het dreigen met een mes door de aangever- disproportioneel was. Het beroep op noodweer slaagt daarom. De verdachte wordt dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging.
Advocaten
Officier van justitie
- M. Kampen
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
