Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:916

Rechtbank Den Haag · 05-02-2021 · zaaknummer SGR 20/8287

BestuursrechtGepubliceerd 09-02-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering recht op bijstand en individuele inkomenstoeslag. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoeker op geld waardeerbare activiteiten (als voorzitter van een stichting) heeft verricht in de periode 2015 -2017. Wat betreft de periode na 2017 bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog te veel onduidelijkheid om tot dezelfde conclusie te kunnen komen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeker stelt dat hij vanaf 2017 niet meer actief is als voorzitter en dat dit lijkt te worden ondersteund door de verklaring van de penningmeester. In zoverre behoeft het besluit nog meer onderbouwing. Nu het verzoeker redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat zijn activiteiten als voorzitter van de Stichting van belang konden zijn voor het recht op bijstand heeft verzoeker de op hem rustende inlichtingenverplichting geschonden door hiervan niet direct en uit eigen beweging melding te maken bij verweerder. Verzoeker is er tot op heden niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij, als hij wel aan de inlichtingenverplichting zou hebben voldaan, recht op bijstand zou hebben gehad. De door verzoeker tijdens het gesprek op 22 december 2020 en ter zitting afgelegde verklaringen en de door hem verstrekte stukken, de verklaring van de penningmeester van de Stichting en de bankafschriften van zijn persoonlijke bankrekening en de zakelijke bankrekening van de Stichting, zijn daartoe onvoldoende. Gelet op het voorgaande heeft verweerder, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, dan ook terecht de bijstandsuitkering van verzoeker ingetrokken op de grond dat verzoeker niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenverplichting en dat daardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het gebrek dat de voorzieningenrechter constateert in overweging 7.2 kan mogelijk in bezwaar worden hersteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.