ECLI:NL:RBDHA:2021:901
Rechtbank Den Haag · 02-02-2021 · zaaknummer NL20.21370
Inhoudsindicatie
Ophouding, vreemdelingenrechter is bevoegd over de rechtmatigheid van de staandehouding te oordelen omdat uit het proces-verbaal niet is gebleken welk strafrechtelijk element aan staandehouding ten grondslag ligt, het enkel lopen van een 'ongebruikelijke route' is daartoe onvoldoende. Verder is de rechtbank van oordeel dat de staandehouding en ophouding onrechtmatig is, nu (-) heeft voldaan aan zijn plicht zich te identificeren op grond van artikel 447e Sr en artikel 2 van de Wet op de Identificatieplicht. Gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
