Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:8916

Rechtbank Den Haag · 06-08-2021 · zaaknummer SGR 20/2985

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 16-08-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Invordering van de onverschuldigd uitbetaalde WW-uitkering en invordering van de eerder opgelegde boete. De herziening en de terugvordering staan in rechte vast, aangezien eiseres geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen de beslissing op bezwaar hieromtrent. Het boetebesluit is eveneens onherroepelijk, echter nu verweerder de boete en de verwijtbaarheid onverplicht opnieuw beoordeeld heeft, zal de rechtbank de boete ook toetsen. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een schending van de inlichtingenverplichting. Eiseres heeft namelijk in de WW-aanvraag en de maandelijkse inkomstenopgaven geen melding gemaakt van haar werkzaamheden als zelfstandige, terwijl zij wel structureel in haar eigen winkel gewerkt heeft. Dit blijkt immers uit de exceloverzichten met gewerkte uren die eiseres bij verweerder ingeleverd heeft en wordt daarnaast ook niet door eiseres betwist. Pas nadat door verweerder vragen zijn gesteld in het kader van een periodieke controle en het rechtmatigheidsonderzoek heeft eiseres (op 12 maart 2019) de door haar gewerkte uren doorgegeven. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat dit eiseres, in ieder geval in enige mate, verweten kan worden. Er is dan ook geen sprake van een situatie waarin eiseres geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Wat betreft de mate van verwijtbaarheid is de rechtbank eveneens van oordeel dat verminderde verwijtbaarheid in dit geval passend is. De rechtbank acht daarbij van belang dat eiseres in de WIA-aanvraag van 29 januari 2018 en tijdens het gesprek met de arbeidsdeskundige op 19 maart 2018 heeft aangegeven dat zij als zelfstandige werkt. Verweerder heeft hierin niet aanstonds aanleiding gezien om een nader onderzoek te verrichten. Gelet hierop acht de rechtbank een boete van € 3.851,51 in dit geval passend en evenredig. De invorderingen vloeien direct voort uit het onherroepelijke herzienings- en terugvorderingsbesluit en het boetebesluit. Nu eiseres geen zelfstandige beroepsgronden tegen de invorderingen heeft gericht, behoeven deze geen bespreking. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zij ervan uitgaat dat, nu het totaal in te vorderen bedrag als gevolg van het bestreden besluit verlaagd is, het aantal betalingstermijn van € 50,- eveneens verlaagd wordt. Eiseres heeft nu immers minder termijnen nodig om het totale bedrag af te lossen. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.