ECLI:NL:RBDHA:2021:884
Rechtbank Den Haag · 05-02-2021 · zaaknummer NL20.547
Inhoudsindicatie
. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid het belang van de Nederlandse samenleving zwaarder heeft mogen laten wegen dan de belangen van eiser en heeft geen aanleiding hoeven zien om de intrekking van de verblijfsvergunning of het opleggen van het inreisverbod achterwege te laten. Verweerder heeft beoordeeld of sprake is van een ernstig feit en daarnaast bij het inreisverbod getoetst aan het communautaire openbare orde criterium. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. De intrekking en het inreisverbod zijn niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. De inmenging in het gezinsleven met de kinderen van eiser en zijn privéleven is gerechtvaardigd. Het beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
