ECLI:NL:RBDHA:2021:856
Rechtbank Den Haag · 12-01-2021 · zaaknummer AWB 20-5172 VK
Inhoudsindicatie
Visum kort verblijf en nieuwe weigeringsgrond Verweerder heeft in het bestreden besluit aan de weigering van het visum kort verblijf een nieuwe afwijzingsgrond ten grondslag gelegd, namelijk bescherming van de volksgezondheid in verband met de COVID-19 pandemie. De rechtbank is van oordeel dat de hoorplicht is geschonden omdat op voorhand niet door verweerder met zekerheid vastgesteld kon worden dat op eiser een uitzonderingssituatie van toepassing was op grond waarvan aan hem ondanks de COVID-19 pandemie toch een visum kort verblijf verleend moest worden. De rechtbank passeert dit gebrek echter met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder wordt veroordeeld in de gemaakte proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
