Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:8450

Rechtbank Den Haag · 19-07-2021 · zaaknummer SGR 21/1667 + SGR 21/2988

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 02-08-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing twee aanvragen op grond van de NOW 3.0. De rechtbank ziet geen aanleiding om eiseres te volgen in haar standpunt dat in dit geval afgeweken moet worden van de bepalingen van de NOW 3.0 door uit te gaan van de loongegevens over juli 2020. Uit de toelichting bij de NOW 3.0 blijkt namelijk dat voor alle drie de tranches bewust gekozen is voor de referentiemaand juni 2020. Voorts acht de rechtbank van doorslaggevend belang dat de minister in zijn brief aan de Tweede Kamer van 22 maart 2021 nogmaals bevestigd heeft dat afwijken van de referentiemaand juni 2020 voor wat betreft de NOW 3.0 geen optie is gebleken. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de lastige situatie waarin eiseres op dit moment verkeert, ziet de rechtbank gelet op het voorgaande dus geen ruimte voor het oordeel dat in dit geval afgeweken moet worden van de bepalingen van de NOW 3.0 door uit te gaan van juli 2020 als referentiemaand. Het door eiseres gedane beroep op de antwoorden van de minister op de Kamervragen van kamerlid Tielen van 14 september 2020 kan haar in dit geval niet baten. Deze antwoorden dateren namelijk van voor de inwerkingtreding van de NOW 3.0 en zien specifiek op de ervaren problemen met betrekking tot de NOW-regelingen die op dat moment al golden, namelijk de eerste twee NOW-regelingen. Dat de minister in deze brief over ‘NOW’ spreekt en niet specifiek verwijst naar een bepaalde NOW-regeling betekent niet dat de antwoorden van de minister van toepassing zijn op alle NOW-regelingen, zoals de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft aangevoerd. De rechtbank hecht in dit verband meer waarde aan de toelichting bij de NOW 3.0, omdat deze toelichting dateert van ná voornoemde brief van de minister en specifiek ziet op de NOW 3.0. Als de minister de in de eerste twee NOW-regelingen doorgevoerde wijzigingen ook van toepassing had willen achten op de NOW 3.0, dan was dit uit de bepalingen van de regeling dan wel uit de toelichting hierop gebleken. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om het standpunt dat geen individuele herbeoordeling heeft plaatsgevonden in de bezwaarfase te volgen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de bestreden besluiten en het verweerschrift (zaaknummer SGR 21/1667) dat verweerder binnen de beperkte uitvoeringsmogelijkheden van de regeling zo veel mogelijk de specifieke omstandigheden van eiseres in ogenschouw heeft genomen. Verweerder heeft gemotiveerd aangegeven waarom in dit geval geen maatwerk geleverd kan worden. Dit acht de rechtbank in dit geval niet onredelijk, gelet op de zeer beperkte afwijkingsmogelijkheden die de NOW 3.0 biedt. De door eiseres aangevoerde omstandigheid dat de afwezigheid van een loonsom in juni juist het gevolg is van gedragingen door verweerder, alsmede de stelling dat eiseres feitelijk een particuliere WW-uitkering voor haar werknemers heeft verzorgd, maken voornoemd oordeel niet anders. Ook voor die specifieke omstandigheden geldt hetgeen hiervoor reeds is overwogen. Voor zover eiseres met haar stelling dat in gevallen waarbij afwijking van de regeling noodzakelijk is teneinde het doel van de NOW na te streven wel afgeweken wordt van de regeling slaagt dit beroep niet. Voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel dient sprake te zijn van gelijke gevallen. Uit hetgeen eiseres heeft aangevoerd kan niet afgeleid worden of sprake is van gelijke gevallen. Eiseres heeft namelijk niet gemotiveerd op wat voor gevallen zij doelt. Zij heeft volstaan met een algemene stelling. Dit is onvoldoende voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel. Gelet op de hiervoor aangehaalde uitdrukkelijke weging door de minister en keuzes op basis daarvan, ziet de rechtbank geen ruimte voor de bestuursrechter om onder de gegeven omstandigheden van de regeling af te wijken. Dit betekent dat verweerder beide aanvragen van eiseres naar het oordeel van de rechtbank terecht en op goede gronden heeft afgewezen. De beroepen zijn dan ook ongegrond.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.