ECLI:NL:RBDHA:2021:7563
Rechtbank Den Haag · 08-06-2021 · zaaknummer NL21.6367
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening. Hoewel het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder te laat is ingediend, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk. Naar het oordeel van de rechtbank kan - op grond van artikel 6:11 van de Awb - namelijk in redelijkheid niet worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest, omdat verweerder het besluit heeft verzonden in een faxbericht tezamen met een aantal andere stukken en zonder begeleidende brief. Als gevolg van deze wijze van toezenden van het besluit heeft de gemachtigde van eiser niet tijdig onderkend dat het besluit is gevoegd achter de overige stukken. Daarom heeft een inhoudelijke beoordeling plaatsgevonden. Het beroep van eiser op artikel 11 van de Dublinverordening slaagt, omdat de procedure van eiser waarbij de verantwoordelijke lidstaat wordt vastgesteld gelijktijdig kon worden behandeld met die van zijn echtgenote en zijn minderjarig kind. Niet in geschil is dat de echtgenote en het kind van eiser in Nederland asiel hebben aangevraagd en dat verweerder deze aanvragen in behandeling heeft genomen. De stelling van verweerder dat er vier maanden tussen de aanvragen zit treft geen doel, omdat ten tijde van het bestreden besluit nog geen beslissing was genomen op de aanvraag van de echtgenote en zoon, en omdat eiser reeds in de zienswijze erop heeft gewezen dat zij ook asiel hebben aangevraagd. Dat er al een claimakkoord lag maakt dit ook niet anders. Verweerder heeft bij de beoordeling ook te weinig oog gehad voor de waarborgen met betrekking tot het familie- en gezinsleven en de belangen van het kind welke voortvloeien uit de preambule van de Dublinverordening. Verweerder heeft zich ook niet op het standpunt kunnen stellen dat overdracht niet van een onevenredige hardheid getuigt op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. De rechtbank is het eens met eiser dat verweerder in dit geval in het besluit geen en ter zitting onvoldoende rekenschap heeft gegeven van het feit dat het hier om een gezin gaat, dat bij een overdracht van eiser aan Letland voor lange tijd gescheiden zal worden, terwijl dit gezin in Belarus altijd samen heeft geleefd. In het bijzonder heeft verweerder onvoldoende rekenschap gegeven van de bijzondere en zwaarwegende belangen van het minderjarige kind.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
