ECLI:NL:RBDHA:2021:7314
Rechtbank Den Haag · 24-03-2021 · zaaknummer 8957818
Inhoudsindicatie
De kantonrechter is van oordeel dat er geen derde overeenkomst van bepaalde tijd overeengekomen is, maar dat er een overeenkomst van onbepaalde tijd tot stand is gekomen die nog niet is beëindigd. De werkgever verzoekt om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9 onder a BW. De werkgever dient aan de werknemer op grond van artikel 7:673 BW een transitievergoeding te betalen. De door werknemer verzochte billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever wordt wel toegekend, echter gematigd tot nihil. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de niet genoten vakantiedagen. Partijen dienen hun eigen proceskosten te dragen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
