ECLI:NL:RBDHA:2021:7262
Rechtbank Den Haag · 12-07-2021 · zaaknummer C/09/612692 / KG RK 21-620
Inhoudsindicatie
Afwijzing wrakingsverzoek. Het enkele feit dat de kantonrechter de absolute competentie van de procedure van verzoeker wilde toetsen, levert naar het oordeel van de wrakingskamer geen blijk van vooringenomenheid van de kantonrechter op. Tevens levert het enkele feit dat de kantonrechter verzoeker tijdens de zitting van 28 mei 2021 niet zou hebben laten uitpraten, zo al juist, geen blijk van vooringenomenheid van de kantonrechter op. De klacht van verzoeker betreft in wezen de manier waarop hij door de kantonrechter is bejegend. Dat verzoeker de kantonrechter in een andere zaak die vlak voor deze zaak op zitting werd behandeld, heeft gewraakt, levert evenmin een blijk van vooringenomenheid van de kantonrechter op. De twee procedures betreffen op zichzelf staande zaken en het stond de kantonrechter in dit geval vrij om, na te zijn gewraakt in de eerste procedure, de tweede procedure te behandelen. Een wrakingsverzoek in de ene procedure betekent niet automatisch dat een rechter zich dient te verschonen in de andere procedure van de verzoeker. Concrete feiten en omstandigheden die zouden maken dat dat in deze zaak anders is, zijn niet gesteld of anderszins aan de wrakingskamer gebleken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
