Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:7146

Rechtbank Den Haag · 01-07-2021 · zaaknummer SGR 20/6286

BestuursrechtGepubliceerd 09-07-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing bijstandsuitkering vanwege overschrijding vrij te laten vermogen + toekenning uitkering onder toepassing van een korting vanwege lage huurlasten. Verweerder mag in beginsel uitgaan van de waarde van de auto volgens de koerslijst van de ANWB, te weten de richtprijs bij verkoop tussen particulieren. De rechtbank hecht niet dezelfde waarde aan de taxaties die eiseres heeft laten verrichten, omdat de in de offertes genoemde prijzen gebaseerd zijn op inruil. In de door eiseres ingebrachte informatie van de ANWB en ikwilvanmijnautoaf.nl ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de door verweerder gehanteerde waardebepaling onjuist te achten. Verweerder heeft dan ook terecht en op juiste gronden de aanvraag van eiseres van 21 maart 2020 afgewezen, omdat het vermogen van eiseres de voor haar geldende vermogensgrens overschreed. Voorts stelt de rechtbank vast dat de maandelijkse verlaging van de bijstandsuitkering van eiseres met € 31,02 per 1 juli 2020 is komen te vervallen, omdat de huur van eiseres per deze datum verhoogd is naar € 175,91. Nu de bijstandsuitkering per 1 juli 2020 niet meer verlaagd wordt, heeft eiseres geen procesbelang meer bij een beoordeling van de periode met ingang van 1 juli 2020. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de verlaging met ingang van 1 juli 2020. De te beoordelen periode loopt in dit geval van 8 juni 2020 tot en met 30 juni 2020. Het bestreden besluit is gebrekkig tot stand gekomen, nu in primair besluit II en het bestreden besluit per abuis artikel 18 van de Pw is aangehaald als (primaire) grondslag in plaats van artikel 27 van de Pw. De rechtbank ziet evenwel aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren, aangezien eiseres hierdoor niet benadeeld is. Voornoemde nadere specificering van de grondslag van het bestreden besluit heeft namelijk geen gevolgen voor de inhoud van dit besluit. Beide artikelen zien namelijk op het afstemmen dan wel verlagen van het recht op bijstand; het verschil is dat artikel 27 van de Pw specifiek ziet op een verlaging van de bijstandsnorm vanwege lage vaste lasten door de woonsituatie van de betrokkene. Uit het bestreden besluit en de aanvullende toelichting van verweerder van 12 mei 2021 volgt dat verweerder de afstemming van de bijstand van eiseres gebaseerd heeft op een vaste gedragslijn. Deze vaste gedragslijn houdt in dat uitgegaan wordt van het uitgangspunt dat de bijstandsnorm een woonkostencomponent van € 200,- bevat. Als de feitelijke woonlasten van een betrokkene, zijnde de maandelijkse huurprijs, minder dan € 175,- bedragen, dan wordt het verschil tussen de feitelijke woonlasten en de woonkostencomponent van de geldende bijstandsnorm afgetrokken. Andere woonlasten, zoals onderhouds- en afschrijvingskosten en hoge energielasten, blijven volgens verweerder buiten beschouwing. Naar het oordeel van de rechtbank is voornoemde gedragslijn niet onredelijk, noch in strijd met de Pw of de Awb. In tegenstelling tot eiseres is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bestreden besluit deugdelijk heeft gemotiveerd. In het bestreden besluit is niet enkel verwezen naar de vaste gedragslijn, maar is ook toegelicht wat deze vaste gedragslijn inhoudt. Daarnaast heeft verweerder de vaste gedragslijn in zijn reactie van 12 mei 2021 nader toegelicht. Verder heeft verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd waarom in het geval van eiseres haar bijstandsnorm met € 31,02 verlaagd wordt. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de bijstandsnorm van eiseres over de periode van 8 juni 2020 tot en met 30 juni 2020 in redelijkheid mogen verlagen met € 31,02 vanwege de lage woonlasten van eiseres. Het beroep is dan ook, voor zover gericht tegen de verlaging van de bijstand over voornoemde periode, ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.