ECLI:NL:RBDHA:2021:6872
Rechtbank Den Haag · 26-03-2021 · zaaknummer C-09-596782-KG ZA 20-709
Inhoudsindicatie
Kort geding. De vordering tot ontruiming van de woning is gegrond op het eindigen van de samenlevingsovereenkomst tussen partijen. Tussen partijen is niet in geschil dat zij op verschillende adressen staan ingeschreven. Verder volgt uit de stukken dat eiseres definitief niet naar de woning zal kunnen terugkeren. Uit deze omstandigheden volgt dat de samenleving feitelijk is verbroken (en verbroken zal blijven) en dat de samenlevingsovereenkomst op grond van artikel 13 van de overeenkomst is geëindigd. Nu de overeenkomst is geëindigd en de termijn van drie maanden na het verbreken van de samenleving, waarin gedaagde gerechtigd was in de woning te blijven wonen, is verstreken, verblijft gedaagde zonder recht of titel in de woning. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen.
Rechters
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
