ECLI:NL:RBDHA:2021:5667
Rechtbank Den Haag · 04-06-2021 · zaaknummer 09/842519-19
Inhoudsindicatie
Onderzoek India 19: fatale steekpartij op 21 december 2019 in Den Haag waarbij het slachtoffer om het leven is gekomen. De rechtbank veroordeelt een 21-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van tien jaar wegens het medeplegen van doodslag en het plegen van openlijk geweld, enig letsel ten gevolge hebbend. De verdachte was die middag aanwezig bij een clipshoot voor een drillrapnummer. Na de clipshoot heeft naar aanleiding van een mishandeling van een neefje van het slachtoffer een confrontatie met het slachtoffer plaatsgevonden, waarbij het slachtoffer een klap heeft uitgedeeld aan een jongen. Uit het dossier volgt dat een jongen het slachtoffer heeft vastgepakt, vastgehouden en hem met een groepje, waar de verdachte ook deel van uitmaakte, mee heeft getrokken naar een naastgelegen geparkeerde auto. Tijdens deze verplaatsing werd “dip hem, dip hem”, oftewel “steek hem, steek hem” geroepen, hetgeen de verdachte gehoord moet hebben. De verdachte wist op dat moment dat er messen bij de clipshoot aanwezig waren. Deze messen waren in zijn bijzijn getoond en vastgehouden. In de schermutseling heeft de verdachte een op de grond gevallen mes opgepakt en het slachtoffer met een mes in zijn zij gestoken. Alhoewel niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ook de dodelijke steekverwonding, namelijk de steekverwonding in het gezicht van het slachtoffer, heeft toegebracht, is de rechtbank van oordeel dat het handelen van de verdachte onder de gegeven omstandigheden naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht was op het veroorzaken van de dood van het slachtoffer, dat het opzet van de verdachte daarop ook gericht moet zijn geweest. Onder deze omstandigheden, te weten de aanwezigheid van messen en het geroep van “dip hem”, kon en moest de verdachte bovendien verwachten dat meer personen het slachtoffer zouden kunnen steken en moet zijn opzet ook mede daarop gericht zijn geweest. Ten aanzien van de openlijke geweldpleging overweegt de rechtbank in het bijzonder dat uit de aard en ernst van het door de verdachte toegebracht letsel, te weten de steekverwonding in de zij, niet zonder meer volgt dat dit kan worden aangemerkt als dodelijk, dan wel zwaar lichamelijk letsel. De verdachte wordt dan ook vrijgesproken van de ten laste gelegde gekwalificeerde gevolgen bestaande uit de dood of het zwaar lichamelijk letsel.
Advocaten
- G. Roethof
- M.J.R. Roethof
Officier van justitie
- D. Kortekaas
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
