ECLI:NL:RBDHA:2021:5563
Rechtbank Den Haag · 02-06-2021 · zaaknummer 09/767115-20
Inhoudsindicatie
“De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie en de verdediging, medeplegen tot poging tot moord bewezen verklaard. De verdachte heeft het slachtoffer tweemaal vanaf korte afstand (circa anderhalve meter respectievelijk circa twee meter) met een vuurwapen in zijn benen geschoten. Direct voorafgaand aan die schoten heeft het wapen een aantal keer gehaperd. Hieruit leidt de rechtbank af dat ofwel het vuurwapen niet goed functioneerde, ofwel dat de verdachte een ongeoefende schutter is, ofwel beiden. De rechtbank is van oordeel dat het schieten met een mogelijk gebrekkig vuurwapen door een mogelijk ongeoefende schutter van een afstand van circa anderhalve tot twee meter, in de richting van het onderlichaam van een persoon, de aanmerkelijke kans oplevert dat die persoon daardoor komt te overlijden. De kans is dan groot dat de kogels op een andere plaats terechtkomen dan de bedoeling was, of dat de kogels wel in de benen terechtkomen, maar daar direct of indirect (na het afketsen van de kogel) zulk ernstig letsel (bijvoorbeeld een slagaderlijke bloeding) veroorzaken, dat dit de dood tot gevolg heeft. Dat dit in de onderhavige situatie ook een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid was, blijkt uit het feit dat een van de kogels op slechts enkele millimeters na de slagader in het rechter onderbeen heeft gemist. De rechtbank komt dan ook tot een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist.”
Advocaten
Officier van justitie
- W. Bos
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
