Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:550

Rechtbank Den Haag · 27-01-2021 · zaaknummer NL21.469

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 27-01-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser voert aan dat de bewaring in strijd is met artikel 5, eerste lid, onder f, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) wegens het ontbreken van een uitwijzings- of uitleveringsprocedure en de toegang tot het grondgebied van de lidstaat is verleend nu geen beslissing is genomen binnen de gestelde termijn van vier weken ingevolge artikel 43, tweede lid, van de Procedurerichtlijn, maar volgens het arrest van J.N. tegen Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 15 februari 2016 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2016:84) blijkt dat artikel 8, derde lid, onder e, van de Opvangrichtlijn voldoet aan het beschermingsniveau als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f, van het EVRM. Nu eiser een lopende asielprocedure heeft, is de maatregel van artikel 59b, eerste lid, onder d, van de Vw 2000 niet in strijd met artikel 5, eerste lid, onder f, van het EVRM. Eiser voert verder aan dat hij geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel e van de Opvangrichtlijn en op grond van de gestelde vereisten uit de Afdelingsuitspraak van 30 december 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:4075). Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder de inbewaringstelling van eiser ten onrechte heeft gebaseerd op de d-grond, gezien de uitgebreide en gedetailleerde motivering van verweerder waarin de ernst van de misdrijven waar eiser van verdacht wordt in het land van herkomst zijn meegenomen en de sterke aanwijzingen die die verdenking onderbouwen. Eiser heeft niet ontkent dat zijn strafprocedure (nog) loopt en heeft niet kunnen aantonen dat die verdenkingen onjuist zijn. Verweerder heeft op zitting benadrukt dat er verdere onderzoek zal komen en dat er nog een 1F-gehoor zal plaats vinden binnen een korte tijd. Verweerder moet enige tijd gegund worden om deze onderzoeken te kunnen uitvoeren en deze kunnen enkel plaatsvinden als eiser in bewaring wordt gesteld nu eiser niet kan aantonen/heeft aangevoerd dat dat ook kan zonder de inbewaringstelling. Gezien de ernst van de misdrijven in combinatie met de sterke aanwijzingen heeft verweerder dit ook niet zonder meer hoeven aan te nemen. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet kan worden volstaan met een lichter middel. Verweerder had naast de medische omstandigheden ook de situatie van eiser met betrekking tot zijn kinderen en vrouw dienen mee te wegen en moeten overgaan tot het toepassen van een lichter middel. Eiser is in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken over de voorgenomen maatregel van bewaring. De stelling van eiser dat de medische omstandigheden van eiser het gevolg zijn van zijn eerdere detentie is voor deze maatregel geen beletsel nu die omstandigheden gelieerd zijn aan de mishandelingen van vóór zijn detentie en/of tijdens de aanhouding aldaar en niet door de detentie zelf, zoals eiser in zijn gehoor heeft verklaard en verwijst daarbij naar de Afdelingsuitspraak van 5 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2263). Met betrekking tot de aanwezigheid van zijn kinderen en vrouw in Nederland heeft eiser niet aangevoerd dat dit een omstandigheid is waardoor van bewaring in Nederland zou moeten worden afgezien. Ook ten aanzien hiervan voert verweerder aan dat op basis daarvan verweerder dit niet heeft hoeven mee te wegen bij de motivering van het lichter middel blijkens de Afdelingsuitspraak van 23 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:224). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee de zienswijze van eiser kenbaar en voldoende meegewogen

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.