Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:5430

Rechtbank Den Haag · 28-05-2021 · zaaknummer NL21.2379

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 28-05-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bekering - opvolgende aanvraag – beroep gegrond. Verweerder mag zich in het gehoor opvolgende aanvraag in beginsel beperken tot vragen naar de verschillen tussen de eerder gestelde bekering en de latere gebeurtenissen die hebben geleid tot de gestelde geloofsverdieping. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat er een waterscheiding kan worden aangebracht tussen de eerder gestelde bekering en de verdieping c.q. de veranderingen die eiser nu stelt te hebben beleefd. Eiser heeft in beide procedures meerdere fases van zijn bekering beschreven en daarbij verschillende momenten benoemd waarop hij zichzelf als bekeerd en als christen beschouwt. Verweerder heeft het herbenoemen van deze fases van de geloofsontwikkeling zowel in de eerste als in de onderhavige procedure geduid als “tegenstrijdige verklaringen”. De rechtbank overweegt dat deze tegenwerping geen stand kan houden. Blijkens de duiding en motivering van deze verklaringen lijkt verweerder te vooronderstellen dat “een bekering” (altijd) een concreet in tijd af te bakenen eenmalige gebeurtenis is. Eiser heeft nu juist uitvoerig beschreven welk proces hij heeft doorgemaakt vanaf het moment van eerste interesse in het christendom tot aan het onderzoek ter zitting. Dat eiser hierbij in staat is om zelf te reflecteren op dit proces en zijn geloofsontwikkeling duidt nu juist op het authentieke relaas waar verweerder volgens zijn werkinstructie veel waarde aan hecht. Naar het oordeel van de rechtbank getuigt het juist van inzicht in dit proces voor zover eiser heeft verklaard dat hij zich thans op het standpunt stelt dat hij in eerdere fases van zijn geloofsleven dacht bekeerd te zijn maar nu een zodanige diepgang ervaart dat hij deze eerdere fase nu als onvoldoende om van een voltooide bekering te spreken kwalificeert. Verweerder heeft enkel de verklaringen naast elkaar gelegd en vastgesteld dat eiser in beide procedures heeft verklaard zich als bekeerd te beschouwen maar in andere periodes. Verweerder miskent hiermee dat eiser een proces en ontwikkeling heeft beschreven en hiermee heeft verklaard dat zijn bekering dus geen concrete gebeurtenis is geweest. Voor zover verweerder ter zitting heeft aangegeven dat hij een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht en daarbij betrekt dat eiser in de eerste procedure alleen hoger beroep heeft ingesteld in verband met de ongeloofwaardig geachte bekering en niet is opgekomen tegen de beoordeling van andere asielmotieven acht de rechtbank dit onbegrijpelijk. Verweerder heeft desgevraagd toegelicht dat de omstandigheid dat eiser geen grieven heeft gericht tegen elk element van het in de eerste procedure ongeloofwaardig geachte relaas, de geloofwaardigheid van het relaas van de opvolgende aanvraag reeds op voorhand aantast. Verweerder lijkt eenvoudigweg te vooronderstellen dat eiser berust in dat deel van de beoordeling van zijn relaas omdat dat terecht ongeloofwaardig is bevonden. Verweerder suggereert hiermee dat eiser in zijn eerste procedure verklaringen in strijd met de waarheid heeft afgelegd, hij daarom tegen de beoordeling hiervan niet is opgekomen en daarom nu op voorhand wordt getwijfeld aan alle overige verklaringen die op het andere onderdeel van zijn relaas zoals hij dat thans en in de eerst procedure naar voren heeft gebracht betrekking heeft. Verweerder heeft in strijd met de werkinstructie de verklaringen van derden onvoldoende betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. De rechtbank verwijst bij haar beoordeling naar drie recente uitspraken van de Afdeling.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.