ECLI:NL:RBDHA:2021:5250
Rechtbank Den Haag · 20-05-2021 · zaaknummer NL21.6051
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door zijn persoonlijke omstandigheden behoort tot de voor Libië aangemerkte risicogroep als omschreven in paragraaf C7/17.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), zodat niet is gebleken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Ten aanzien van eisers stelling dat verweerder ten onrechte voorbij is gegaan aan de discriminatoire bejegening, is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft kunnen volstaan met een verwijzing naar de eerdere procedure. Ook stelt verweerder terecht dat hij bij een opvolgende aanvraag niet ambtshalve hoeft te toetsen of eiser gelet op zijn medische omstandigheden in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning of uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
