Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:467

Rechtbank Den Haag · 25-01-2021 · zaaknummer C-09-603054

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 26-01-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De ouders verschillen van mening over de vraag of de moeder toestemming heeft gekregen van de vader om met de minderjarigen definitief in Nederland te gaan wonen. De rechtbank oordeelt dat uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken niet is gebleken dat de vader op enig moment expliciet of impliciet zijn toestemming heeft gegeven voor een permanent verblijf van de kinderen in Nederland. Wel is gebleken dat de ouders deels gezamenlijk hebben onderzocht wat de mogelijkheden hiervoor zijn. In dit licht ziet de rechtbank ook de inschrijving van de vader in de BRP. Gebleken is verder dat de ouders na hun gezamenlijk bezoek aan Nederland in maart 2020 van mening verschilden over op welke wijze de zorgregeling tussen de vader en kinderen moest worden ingevuld bij een eventuele verhuizing naar Nederland. De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de e-mails van de vader zijn bedoeld om duidelijkheid over de plannen van de moeder te verkrijgen. De rechtbank weegt daarnaast mee dat de moeder, zoals zij op de zitting heeft verklaard, de vader niet heeft geïnformeerd over de precieze datum van haar emigratie en ook niet op de hoogte heeft gebracht van het adres waar zij en de kinderen in Nederland gingen wonen. De rechtbank vindt dit gegeven moeilijk te rijmen met een door de vader gegeven toestemming voor verhuizing. Ook de verklaring van de huurster van de woning van de moeder, voor zover aan deze niet ondertekende verklaring al waarde kan worden gehecht, kan, gelet op de betwisting door de vader, niet leiden tot het oordeel dat de vader toestemming heeft gegeven. Het niet maken van bezwaar tegen een verhuizing - voor zover dat al kan worden aangenomen - kan niet worden aangemerkt als instemming met of toestemming voor een verhuizing met de kinderen. Dit zou mogelijk anders kunnen zijn indien de vader actief zou hebben meegewerkt aan de verhuizing, bijvoorbeeld door stukken te ondertekenen voor de financiering van de woning in Nederland, zoals de moeder heeft gesteld. Voor zover de moeder zich hierop beroept heeft zij echter nagelaten deze stelling te onderbouwen door stukken over te leggen waaruit dit blijkt. Onder verwijzing naar wat hierboven reeds is overwogen ten aanzien van de instemming, slaagt ook het beroep van de moeder dat de situatie van artikel 13 lid 1 sub a van het Verdrag zich hier voordoet niet. Verzoek tot teruggeleiding wordt toegewezen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.