ECLI:NL:RBDHA:2021:4342
Rechtbank Den Haag · 15-04-2021 · zaaknummer 19/5338
Inhoudsindicatie
Zorgverzekeringswet. Buitenlandbijdrage. Samengevat oordeelt de rechtbank dat nu eiser verdragsgerechtigd was, zoals bedoeld in artikel 24 van de Vo 883/2004, en dat verweerder op grond van artikel 69, tweede lid, van de Zvw bevoegd was van eiser een bijdrage te heffen. Niet gebleken is van feiten en omstandigheden op grond waarvan verweerder in eisers geval niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft mogen maken. Dit betekent dat de rechtbank evenmin aanleiding ziet tot het stellen van pre judiciële vragen aan het HvJ, zoals door eiser ter zitting verzocht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
