ECLI:NL:RBDHA:2021:2838
Rechtbank Den Haag · 25-03-2021 · zaaknummer 09/767322-16
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat, voor zover aangevers in onderhavige zaak al door het oplichtingsmiddel zijn bewogen, van oplichting geen sprake kan zijn. De rechtbank heeft daaraan ten grondslag gelegd dat aangevers in alle gevallen niet de in het maatschappelijke verkeer vereiste omzichtigheid hebben betracht en de hen geschetste onjuiste voorstelling van zaken hadden moeten doorzien. Er volgt vrijspraak van de ten laste gelegde oplichting. Het verweer tot partiële niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging wordt verworpen.
Advocaten
Officier van justitie
- S. Sleeswijk Visser
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
