ECLI:NL:RBDHA:2021:13871
Rechtbank Den Haag · 22-11-2021 · zaaknummer AWB 21/6462
Inhoudsindicatie
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de afwijzing van een visumaanvraag kort verblijf. Het verzoek mist een voorlopig karakter omdat verzoeker daarmee beoogt te worden behandeld als ware hij in bezit van een visum. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er echter sprake van een zwaarwegend spoedeisend belang aangezien verzoeker bij de bevalling van zijn partner wil zijn die op korte termijn zal plaatsvinden. Verweerder kan zich in redelijkheid niet langer op het standpunt stellen dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van verzoeker om tijdig het grondgebied van de lidstaten te verlaten. Verzoeker heeft toegezegd zich aan meerdere voorwaarden te zullen houden die zijn vertrek waarborgen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe onder de voorwaarden dat een borgsom wordt gestort, verzoeker zich houdt aan een wekelijkse meldplicht, zijn paspoort zal inleveren en zich bij terugkeer meldt bij de Nederlandse vertegenwoordiging.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
