Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:1248

Rechtbank Den Haag · 15-02-2021 · zaaknummer NL21.831

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 18-02-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublin, overdracht aan Duitsland, beroep op het arrest van het EHRM van 21 november 2019 inzake Ilias en Ahmed tegen Hongarije (ECLI:CE:ECHR:2019:1121JUD004728715) slaagt niet. De Duitse autoriteiten zijn expliciet akkoord gegaan met het terugnemen van de vreemdeling. Daarmee hebben zij de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag aanvaard. De Terugkeer-, Opvang-, Kwalificatie- en Procedurerichtlijn gelden ook in Duitsland. Er zijn geen concrete aanknopingspunten aangedragen om te veronderstellen dat Duitsland zich niet (meer) aan die richtlijnen en zijn internationale verplichtingen houdt. Daarom wordt niet ingezien dat de vreemdeling het risico loopt op (indirect) refoulement en na overdracht aan Duitsland direct en zonder enig nader onderzoek te doen naar zijn herhaald verzoek zal worden uitgezet naar Nigeria. De verwijzing van de vreemdeling naar het arrest van het EHRM van 21 november 2019 inzake Ilias en Ahmed tegen Hongarije (ECLI:CE:ECHR:2019:1121JUD004728715) kan hem dan ook niet baten. Daar komt bij dat het geen vergelijkbaar geval betreft. Dit arrest ziet in de eerste plaats op uitzetting naar een land buiten de Europese Unie (Servië), een land waar de vreemdeling nimmer is geweest. Bovendien ging het in dit arrest niet om overdracht in het kader van Dublin aan Duitsland. In die zaak betrof het immers de vaststelling door Hongarije van Servië als veilig derde land en het gevaar van ‘chain refoulement’. In dat verband was er naar het oordeel van het Hof door Hongarije te weinig onderzoek gedaan naar de automatische verwijdering door Servië van asielzoekers naar Noord-Macedonië en vandaaruit weer naar Griekenland, waar men onderworpen zou worden aan omstandigheden in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank verwijst hierbij tevens naar rechtsoverweging 5 van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 15 april 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:3535) en rechtsoverweging 5 van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 6 augustus 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:10542), waar de gemachtigde van de vreemdeling hetzelfde naar voren heeft gebracht in andere zaken van vreemdelingen die volgens de staatssecretaris aan Duitsland moeten worden overgedragen in het kader van de Dublinverordening.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.