ECLI:NL:RBDHA:2021:11643
Rechtbank Den Haag · 12-10-2021 · zaaknummer NL21.10044
Inhoudsindicatie
Eiser (9 jaar uit Ivoorkust) heeft geen elementen aangevoerd die verband houden met de inwilligingsgronden voor internationale bescherming, zodat hij niet in aanmerking komt voor de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Ten aanzien van de vraag of eiser ambtshalve in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaald ontbeert het bestreden besluit een deugdelijke motivering en is het onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Verweerder heeft onvoldoende kennis vergaard over eisers gezinsleven hier te lande in het pleeggezin en de invulling daarvan en de rechtbank vermag niet in te zien dat in het geval van eiser geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM met het pleeggezin nu eiser samenwoont met zijn pleeggezin en zijn pleegouders de feitelijke zorg voor eiser op zich nemen. Voorts heeft verweerder bij de beoordeling van de vraag of eiser in aanmerking komt voor toelating op grond van artikel 3.6ba, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 vanwege een schrijnende situatie die is gelegen in een samenstel van bijzondere omstandigheden die eiser betreffen, (nog) niet alle (in beroep) genoemde aspecten (o.a. uit de brieven/rapportage van school en Nidos) inzichtelijk en kenbaar betrokken terwijl dat wel op zijn weg ligt. Het niet opleggen van een terugkeerbesluit in afwachting van een onderzoek naar adequate opvang (zodat eiser niet hoeft terug te keren naar zijn land van herkomst) en tegelijkertijd eisers feitelijk verblijf hier te lande te gedogen maar tevens te bepalen dat eiser niet langer rechtmatig in Nederland verblijft, is niet in overeenstemming is met het arrest TQ, zodat het besluit ook in zoverre gebrekkig is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Beroep gegrond en vernietiging bestreden besluit. Geen mogelijkheid tot finale geschillenbeslechting. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en dient bij een beoordeling van eisers verblijfsaanspraken op grond van artikel 8 van het EVRM zich rekenschap te geven dat eiser zich beroept op beschermingswaardig gezinsleven tussen hem en zijn pleeggezin en niet op gezinsleven met zijn biologische ouders.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
