Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2021:1079

Rechtbank Den Haag · 12-02-2021 · zaaknummer NL21.1323

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 12-02-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring – ambtshalve beoordeling lichter middel leidt tot de vaststelling dat maatregel onrechtmatig is, de maatregel wordt dus onmiddellijk wordt opgeheven en eiser wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld. De rechtbank heeft voorts ambtshalve beoordeeld of verweerder voldoende heeft onderzocht of kon worden volstaan met de oplegging van een lichter middel en zijn beslissing op dit punt voldoende heeft gemotiveerd in de maatregel van bewaring. Indien verweerder dit bij de oplegging van de maatregel niet voldoende heeft onderzocht en/of heeft gemotiveerd maakt dit de detentie immers van aanvang af onrechtmatig. De rechtbank dient dit dus te betrokken bij het beoordelen van het verzoek om invrijheidstelling van eiser. Eiser verblijft vanaf zijn asielaanvraag op een opvanglocatie en heeft zich vanaf het moment van oplegging van een meldplicht steeds aan die meldplicht gehouden. Verweerder verwijt eiser dat hij geen inspanningen heeft geleverd om zelf naar Roemenië te gaan. Deze tegenwerping, die blijkens de maatregel de voornaamste onderbouwing vormt voor het aannemen van een onttrekkingsrisico en het niet kunnen volstaan met een lichter middel, is onbegrijpelijk. In het overdrachtsbesluit is vermeld dat eiser tot aan de feitelijke overdracht rechtmatig verblijf heeft en uitsluitend als hij op eigen gelegenheid naar Roemenië wil terugkeren hij dit moet laten weten aan DT&V. Hieruit volgt geen verplichting voor eiser om zelf te vertrekken. De overweging dat inbewaringstelling volgt omdat eiser niet zou hebben meegewerkt aan vrijwillige terugkeer en tevens de verwijderingsprocedure heeft gefrustreerd, kan dan ook niet dienen als onderbouwing voor het niet toepassen van een lichter middel. De rechtbank wijst hierbij bovendien op de passage in het gehoor waarbij eiser wordt voorgehouden dat hij “op geen enkele wijze heeft voldaan aan het overdrachtsbesluit” en meteen daarna aan eiser wordt tegengeworpen “dat u niet in het bezit bent van een geldig reisdocument en het daarom niet mogelijk is voor u om zelfstandig te reizen”. Het is volstrekt onduidelijk wat eiser nu wordt verweten, zodat de hiervoor genoemde motivering om niet te volstaan met continuering van de meldplicht niet draagkrachtig is. In het gehoor is tevens benoemd dat een broer van eiser sinds 31 december 2019 in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning. De rechtbank stelt vast dat vervolgens alleen de vraag aan eiser is gesteld of sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met deze broer, terwijl verweerder actief moet onderzoeken of kan worden volstaan met oplegging van een lichter middel. Aan eiser is niet gevraagd of hij kan verblijven bij zijn broer tot het moment van de feitelijke overdracht. In de maatregel is vervolgens gemotiveerd dat de broer van eiser in Nederland verblijft maar dat niet met medische documenten is onderbouwd dat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. De rechtbank overweegt dat een nadere motivering waarom, ondanks dat geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie, niet kan worden volstaan met toepassing van een lichter middel ontbreekt. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat het wel heel ver gaat om van verweerder te verwachten dat wordt gevraagd of eiser in het kader van een lichter middel bij zijn broer kan verblijven. De rechtbank volgt dit niet. Gelet op het ingrijpende karakter van vrijheidsontneming en het uitgangspunt dat detentie een ultimum remedium is rust op verweerder een zware onderzoeks- en motiveringsplicht als hij een vreemdeling wil detineren op vreemdelingrechtelijke gronden. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht en gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met het opleggen van een lichter middel. Dit betekent dat de maatregel van bewaring van aanvang af onrechtmatig is geweest en dus onmiddellijk moet worden beëindigd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.