ECLI:NL:RBDHA:2021:10069
Rechtbank Den Haag · 28-07-2021 · zaaknummer AWB 19/2241
Inhoudsindicatie
Art. 9-document: afgeleid verblijfsrecht o.g.v. art. 20 VWEU en arrest Chavez-Vilchez, identiteit en nationaliteit, individuele omstandigheden, Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, beroep ongegrond. Eiseres heeft geen identiteitsdocument overgelegd en tegenstrijdige informatie over haar identiteit verstrekt. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van 12 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6160, oordeelt de rechtbank dat er in de situatie van eiseres onvoldoende duidelijke aanwijzingen zijn om aan te nemen dat eiseres een derdelander is. Anders dan in die zaak kan niet worden aangenomen dat de staatssecretaris eiseres in het verleden als een derdelander heeft aangemerkt. Aan dit oordeel kan niet afdoen dat aan eiseres van 10 september 2012 tot 10 september 2017 een verblijfsvergunning was verleend. Zoals de staatssecretaris heeft opgemerkt, konden van eiseres meer inspanningen worden verwacht om een sluitend bewijs van haar nationaliteit en identiteit te leveren. De staatssecretaris heeft gewezen op de mogelijkheid van DNA-onderzoek ten aanzien van haar ouders en op hun identiteitsbewijzen. Verder is niet gebleken of eiseres navraag heeft gedaan of haar gestelde grootouders de Bulgaarse nationaliteit hebben. De enkele stelling van eiseres dat zij geen contact heeft met haar ouders is in dat verband onvoldoende. De door eiseres gestelde Roma-afkomst wijst er niet op dat zij derdelander is, maar doet eerder vermoeden dat zij de nationaliteit of het verblijfsrecht heeft van een lidstaat. De rechtbank ziet er niet aan voorbij dat op eiseres een zware bewijslast ligt en dat het voor haar, gelet op haar persoonlijke omstandigheden, een moeizame opgave is om daaraan te voldoen. Gelet op de geldende regelgeving en rechtspraak ziet de rechtbank in de beschikbare gegevens echter onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat sprake is van zodanig bijzondere individuele omstandigheden, dat op grond van het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel niet van eiseres verlangd mag worden dat zij haar identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantoont. Het bestreden besluit is in overeenstemming met het arrest Chavez-Vilchez. Het bestreden besluit is ook niet in strijd met artikel 20 VWEU en artikel 7 EU-Handvest. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de geldende rechtspraak van de Afdeling. Er is daarom ook geen aanleiding tot het stellen van de door eisers voorgestelde prejudiciële vraag. Omdat eiseres haar gestelde identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond, kan de staatssecretaris ook niet beoordelen of zij een afgeleid verblijfsrecht ontleent aan artikel 20 VWEU en het arrest Chavez-Vilchez.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
