ECLI:NL:RBDHA:2020:9606
Rechtbank Den Haag · 30-09-2020 · zaaknummer NL20.9018
Inhoudsindicatie
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag. Gegrond. De rechtbank merkt op dat uit artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn volgt dat de behandeltermijn van 21 maanden is gaan lopen op het moment van indiening van het asielverzoek. Dat de termijn van zes maanden, waarbinnen verweerder op de aanvraag dient te beslissen, pas is aangevangen op het tijdstip waarop Nederland verantwoordelijk werd voor de asielaanvraag (artikel 42, eerste en zesde lid, van de Vw), maakt dit niet anders. Verweerder kan in dit geval alleen aan de genoemde redelijke termijn van 21 maanden voldoen indien op korte termijn, namelijk binnen vier weken, een beslissing wordt genomen op de asielaanvraag van eiser. Eiser zal nog moeten worden gehoord en er moet ruimte zijn voor een voornemen, zienswijze en beschikking. Nu enerzijds de bovengrens van 21 maanden bijna is bereikt en het anderzijds van belang is dat de beslissing op zorgvuldige wijze wordt genomen, zal de rechtbank bepalen dat verweerder binnen acht weken op de asielaanvraag van eiser dient te beslissen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
