ECLI:NL:RBDHA:2020:9116
Rechtbank Den Haag · 10-09-2020 · zaaknummer AWB 19/5952
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag dient te worden afgewezen omdat eiseres tot op heden in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “kennismigrant”, geldig tot 1 december 2022, zodat zij in Nederland hiermee gezinsleven kan uitoefenen met haar zoon. Er is daarom geen sprake van schending van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
