ECLI:NL:RBDHA:2020:869
Rechtbank Den Haag · 03-02-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 2784
Inhoudsindicatie
In geschil zijn de vergrijpboetes. De boetes zijn terecht opgelegd op grond van het regime van artikel 67n van de Awr, zoals dat luidde op het moment van inkeer. Van een pleitbaar standpunt acht de rechtbank geen sprake. Eisers standpunt dat de box 3 heffing in strijd is met artikel 1 EP en dat hij om die reden in het geheel geen box 3-vermogen hoefde aan te geven in de betreffende jaren is niet verdedigbaar. Het standpunt dat sprake is van strijd met artikel 1 van het EP ontslaat een belastingplichtige namelijk niet van zijn plicht de vraag naar zijn vermogen in de aangifte naar waarheid te beantwoorden. De opgelegde boetes acht de rechtbank passend en geboden. De boetes zijn terecht en tot de juiste bedragen opgelegd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
