ECLI:NL:RBDHA:2020:8506
Rechtbank Den Haag · 31-08-2020 · zaaknummer NL20.15456
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat, anders dan het geval was in de uitspraak van de Afdeling van 12 juli 2018, de elektronische handtekening onder de maatregel die aan eiseres is opgelegd niet voldoet aan de hiervoor onder 3. genoemde voorwaarden. De door verweerder overgelegde printscreens maken dat niet anders. In een aanvullend proces-verbaal verklaart de ambtenaar van de KMar dat de datum en de tijd van de digitale handtekening daadwerkelijk de datum en tijd zijn waarop de maatregel is ondertekend, en dat na digitale ondertekening van de maatregel de inhoud van de maatregel niet meer is gewijzigd. Dat proces-verbaal is echter digitaal noch ‘nat’ ondertekend, en daaraan komt dus niet de waarde toe die verweerder daaraan gehecht wenst te zien. Dat betekent dat de rechtbank niet kan vaststellen dat de maatregel is opgelegd door een daartoe bevoegde ambtenaar en na ondertekening niet is gewijzigd. Dat maakt de maatregel van aanvang af onrechtmatig. Aan een belangenafweging komt de rechtbank niet toe, nog daargelaten dat verweerder geen zwaarwegende belangen heeft gesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
