ECLI:NL:RBDHA:2020:8480
Rechtbank Den Haag · 01-09-2020 · zaaknummer NL20.15924
Inhoudsindicatie
Bewaring – Dublin-overdracht – beoordeling voortvarend handelen – afwijking van de jurisprudentie van de Afdeling. De rechtbank overweegt dat de discussie tussen partijen ter zitting of “meer dan gebruikelijke voortvarendheid” of “gewone voortvarendheid” moet worden betracht door verweerder weinig relevant is. Verweerder zal steeds en ongeacht of een uitzetting, een overdracht of een asielprocedure aan de orde is, als hij handelingen moet verrichten ten aanzien van een vreemdeling wiens vrijheid is ontnomen “zo snel als redelijkerwijze mogelijk is” moeten handelen. De wettelijke termijnen waarbinnen handelingen in ieder geval moeten plaatsvinden zijn hierbij geen blanco volmachten die, zolang ze niet zijn verstreken, altijd tot de conclusie leiden dat verweerder voortvarend (genoeg) heeft gehandeld. Deze maximum termijnen brengen uitsluitend mee dat na ommekomst hiervan de bewaring in ieder geval moet worden opgeheven, ongeacht de reden waarom de uitzetting, overdracht of asielprocedure nog niet is gerealiseerd. De rechtbank overweegt voorts, in afwijking van de jurisprudentie van de Afdeling, dat er geen uitspraak gedaan kan worden over “een bepaald aantal dagen” dat altijd mag worden gebruikt en aan verweerder moet worden gegund om vereiste handelingen te verrichten. De rechtbank zal dan ook steeds de concrete omstandigheden van het geval betrekken bij de vraag of verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld of dat vanwege een gebrek aan voortvarend handelen de maatregel moet worden beëindigd en een invrijheidstelling moet volgen. Om aan deze voorwaarde voor vrijheidsontneming goed invulling te geven dient overleg te worden gevoerd met de ketenpartners. In een geval als het onderhavige, waarin de staandehouding wordt gepland en niet aan de orde is dat de overdrachtstermijn dreigt te verlopen, kan dit overleg met de verschillende ketenpartners die handelingen zullen moeten gaan verrichten voorafgaand aan de staandehouding plaatsvinden. Op deze wijze wordt voorkomen dat de duur van de detentie langer dan noodzakelijk duurt omdat de ketenpartners niet zijn voorbereid op het vrijmaken van capaciteit om bijvoorbeeld een vertrekgesprek te doen plaatsvinden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
