ECLI:NL:RBDHA:2020:8219
Rechtbank Den Haag · 28-08-2020 · zaaknummer 09/222937-19
Inhoudsindicatie
Medeplegen art. 6 WVW. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte heeft, samen met haar mededader, een aan haar schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zonder over een rijbewijs te beschikken zonder dat zij een auto kon besturen, is de verdachte gaan rijden in de auto van haar mededader, terwijl deze haar rijles gaf. De mededader was daartoe niet bevoegd en haar auto was daartoe niet uitgerust. De verdachte heeft aldus doelbewust onaanvaardbare risico’s genomen, waarbij de rechtbank met name meeweegt dat dit alles plaatsvond op klaarlichte dag op het openbaar toegankelijke parkeerterrein van een golfclub, waar de aanwezigheid van andere personen was te voorzien. Als gevolg van het handelen van de verdachte heeft het slachtoffer, destijds 72 jaar oud, een dubbele enkelbreuk opgelopen, waaraan zij is geopereerd en waarvan zij ruim twee jaar na dato nog altijd klachten ondervindt. Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, zoals hiervoor omschreven, onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie gevorderde straf. Daarom zal de rechtbank een zwaardere straf zal opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.
Advocaten
- M.A. van der Weerd
Officier van justitie
- A.M. Ariese
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
