ECLI:NL:RBDHA:2020:7812
Rechtbank Den Haag · 05-08-2020 · zaaknummer 20/6226
Inhoudsindicatie
De Koninklijke Marechaussee (Kmar) heeft verzoekster op grond van artikel 14, in samenhang met artikel 6, van de Schengengrenscode de toegang tot Nederland geweigerd. De Kmar heeft verzoekster terecht de corona entry ban tegengeworpen omdat zij een bedreiging vormt voor de volksgezondheid. Ook heeft de Kmar zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoekster geen beroep kan doen op de tijdelijke regeling langeafstandsgeliefden (de regeling), omdat haar partner niet de Nederlandse nationaliteit en ook niet de nationaliteit van een land uit de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland heeft. De voorzieningenrechter merkt de regeling aan als een – door de minister van Justitie en Veiligheid ontwikkelde – vaste gedragslijn. Met de regeling wordt geen onrechtmatig onderscheid naar nationaliteit gemaakt en evenmin valt in te zien dat deze beperking strijd oplevert met enig fundamenteel rechtsbeginsel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
