ECLI:NL:RBDHA:2020:7199
Rechtbank Den Haag · 23-07-2020 · zaaknummer NL20.13628
Inhoudsindicatie
Bewaring op grond van aritkel 6, derde lid, van de Vw niet onrechtmatig. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet aannemelijk is geworden dat hier sprake is van een situatie dat evident is dat de aanvraag niet meer in binnen de termijn van artikel 3, zevende lid, van de Vw zou kunnen worden afgedaan. Ook met deze langere RVT, zou de aanvraag immers binnen de daarvoor geldende termijn kunnen worden afgedaan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder heeft gemeld dat het onderzoek naar de asielaanvraag van eiser op 4 augustus 2020 zal starten. Vooralsnog is daarom geen reden om aan te nemen dat de termijn van 28 dagen niet gehaald zal worden. De stelling van eiser dat slechts om een beperkt aantal redenen mag worden afgeweken van de RVT, kan evenmin slagen omdat dit naar het oordeel van de rechtbank niet volgt uit artikel 3.109 van het Vb.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
