ECLI:NL:RBDHA:2020:7190
Rechtbank Den Haag · 06-07-2020 · zaaknummer C/09/589825 / KG RK 20-365
Inhoudsindicatie
Wrakingverzoek van de wrakingskamer wordt buiten behandeling gelaten, aangezien er evident sprake is van misbruik van recht. Aan het vereiste dat een verzoeker in de gelegenheid moet worden gesteld te worden gehoord, is voldaan, nu verzoeker behoorlijk is opgeroepen voor de mondelinge behandeling en aan hem de gelegenheid is geboden telefonisch te worden gehoord. Verzoeker heeft zelf de keuze gemaakt van een telefonisch verhoor geen gebruik te maken. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen. Wrakingsgrond a. betreft een procedurele beslissing, te weten voorafgaand aan de zitting het niet honoreren van een aanhoudingsverzoek van verzoeker, zodat het dossier kan worden aangevuld met het schriftelijk standpunt van de officier van justitie. Procedurele beslissingen kunnen in beginsel geen grond vormen voor wraking. Dit is alleen anders, indien (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Hetgeen verzoeker in dit verband in zijn wrakingsverzoek heeft gesteld levert geen aanwijzing op die tot dat oordeel zou moeten leiden. Wrakingsgrond b: Volgens verzoeker is de rechter vooringenomen omdat de rechter tijdens de behandeling op 10 maart 2020 verzoeker heeft verboden het woord “pulsen” te gebruiken. Het enkele feit dat de rechter verzoeker heeft verzocht deze enigszins beladen term niet te gebruiken, toen verzoeker de behandeling van zijn zaak vergeleek met “pulsen”, geeft geen blijk van vooringenomenheid jegens klager. Wrakingsgrond c: Volgens verzoeker is de rechter vooringenomen omdat de rechter onvoldoende kennis van zaken heeft, aangezien hij strafrechtelijk en civielrechtelijk beslag door elkaar haalde. Uit de schriftelijke reactie van de rechter blijkt dat hij slechts heeft willen ophelderen waarop het klaagschrift van verzoeker betrekking had, waarbij hij het klaagschrift van verzoeker heeft voorgehouden. Verzoeker heeft vervolgens meegedeeld dat hetgeen de rechter voorhield niet klopte, en heeft vervolgens gepreciseerd waartoe zijn klaagschrift volgens hem strekte. Het vorenstaande blijkt ook uit het proces-verbaal van de zitting van 10 maart 2020. Uit voorgaande gang van zaken kan niet een blijk van vooringenomenheid worden afgeleid. Wrakingsverbod wegens misbruik van recht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- R. Klee
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
