ECLI:NL:RBDHA:2020:7188
Rechtbank Den Haag · 06-07-2020 · zaaknummer C/09/590233 / KG RK 20-405
Inhoudsindicatie
Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen. In het licht van de gang van zaken in de hoofdzaak met betrekking tot de zitting van 3 maart 2020 mag van verzoeker verwacht worden dat hij zijn aanhoudingsverzoek op enigerlei wijze onderbouwt met bewijsstukken. Nu verzoeker niet eens een begin van een onderbouwing heeft aangeleverd, is het onvoldoende aannemelijk geworden dat verzoeker verhinderd is ter zitting van de wrakingskamer te verschijnen. Verzoeker is ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek, nu de rechter-commissaris niet in de zin van art. 105, maar in de zin van art. 69 van de Faillissementswet optrad. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen. De wrakingsgrond heeft betrekking op een procedurele beslissing, te weten het laten doorgaan van de zitting van 3 maart 2020 buiten aanwezigheid van verzoeker. Procedurele beslissingen kunnen in beginsel geen grond vormen voor wraking. Dit is alleen anders, indien (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Hetgeen verzoeker in dit verband in zijn wrakingsverzoek heeft gesteld levert geen aanwijzing op die tot dat oordeel zou moeten leiden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
