Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2020:7148

Rechtbank Den Haag · 29-07-2020 · zaaknummer AWB 20/3602

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 30-07-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De aanvraag voor een visum kort verblijf is in eerste instantie afgewezen, omdat het doel en de omstandigheden van verblijf onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt en er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de vreemdeling om het grondgebied van de lidstaat te verlaten voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum. Na het indienen van de gronden van bezwaar is de aanvraag afgewezen, omdat door de COVID-19-pandemie tijdelijke beperkingen gelden ten aanzien van niet-essentiële reizen naar de Europese Unie (EU) ter bescherming van de volksgezondheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, op grond van artikel 7:11, eerste lid, van de Awb, in het bestreden besluit een nieuwe weigeringsgrond mogen hanteren en was verweerder niet gehouden om uitsluitend op de door de vreemdeling ingediende bezwaargronden te reageren. Gelet op de aard van de COVID-19-pandemie – zijnde een epidemie op wereldwijde schaal –, het besmettingsgevaar, de op dat moment geldende maatregelen en de snelle verspreiding van het virus vormde de vreemdeling als reiziger uit het buitenland op dat moment een mogelijke bedreiging van de volksgezondheid. De aard van het virus en de risico’s die daarmee samenhangen, hebben voor verweerder dus aanleiding kunnen vormen voor een categoriale weigering van de visumaanvraag. De omstandigheid dat verweerder er ook voor had kunnen kiezen om de beslistermijn op te schorten of nadere voorwaarden te stellen doet niet af aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat verweerder de weigeringsgrond ‘gevaar voor de volksgezondheid’ uitsluitend heeft gebruikt om de vele bezwaarschriften in visumzaken eenvoudig af te kunnen handelen. Verder heeft verweerder erkend dat in een eerder besluit wel op de inhoudelijke gronden van bezwaar is ingegaan, maar dat dat besluit van een eerdere datum dateert dan het bestreden besluit. De door de overheid gestelde maatregelen waren op dat moment net uitgeroepen en het beslisproces moest nog worden afgestemd. Tot slot, ten aanzien van de betekenis van het bestreden besluit voor de toekomst, overweegt de rechtbank dat het de vreemdeling vrij staat om op enig moment een nieuwe aanvraag in te dienen tot verlening van een visum voor kort verblijf. Het bestreden besluit is uitsluitend een definitieve beslissing in deze procedure. Het beroep is ongegrond.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Overheidspartijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.